Zijn Werk

Rietveld wordt vaak als een ‘spontaan genie’ gezien, dat op een dag een rood-blauwe stoel en een Rietveld-Schröderhuis kon creëren.
Dit is een onderschatting van zijn denken en kunnen.
Iedereen die zijn gehele werk overziet, moet tot de conclusie komen dat alle scheppingen organisch gegroeid zijn.
Eén van zijn collega’s die hem zeker recht heeft gedaan, was Aldo van Eyck die in een artikel schreef : “Ik bewonder Rietveld om zijn kunstenaarschap, om de magnifieke dingen die hij in de Stijltijd maakte.
Om de wijze waarop hij eigenhandig een nieuwe architectuurtaal in elkaar smeedde, die heeft kunnen evolueren tot wat Mondriaan en Van Doesburg voor ogen hadden : een bevrijdende menselijke habitat, een omgeving, die een zodanige gestalte heeft gekregen, dat uit haar althans niets frustrerends zou ontstaan.”
Rietveld, uit zijn lezing in het Centraal Museum in Utrecht :
“Om als overgang en als studie even geheel vrij van traditie te komen, pril en zuiver genoeg om de achtergrond en voedingsbodem te kunnen zijn voor het nieuwe leven, moesten heel wat idealen worden bezongen en hartgrondig weer worden afgeleerd.
De Stijl en het Bauhaus hebben hieraan veel gedaan. De Stijl ging haast wetenschappelijk op zoek naar de elementen van het zien.
Wij probeerden nl. om de allereenvoudigste dingen te vinden, de ondeelbare gezichtsindrukken, wij ontleedden het witte licht in 3 kleuren, waarvoor ons oog gevoelig is, en wij vonden dat de indruk rood een ondeelbare indruk was en dus een zuiver primair en elementair gevoel.
Met die gevoelens werkten wij".

print
lees verder over woningbouw >>